Kijken met de pen
Lijst met albums
56. Vergeten

Vergeten

Op mijn iPad kwamen foto’s binnen. Ik zag mijn twee kleinzonen in voor hun ongebruikelijke kledij. Zwart jasje, witte bloes. Oudste (13), fervent voorstander van zo gemakkelijk mogelijke kleding, had een gala-avond op school. Droeg de deftig ogende outfit met een verlegen lach. Leek toch trots. Jongste (9) profiteerde mee, had ook feestkleding gekregen. Dat kwam goed uit, vertelde hij. Want op school werkten ze aan een verkiezingsproject.

Zijn groep was verdeeld in een aantal partijen waarop jongere groepen konden gaan stemmen. Voor het zover was, moesten de partijen veel doen. Na het vaststellen van de naam en het partijprogramma was nu de poster aan de beurt. Jongste was lijststrekker. Dat werd een poster met een keurig geklede lijsttrekker dus. Hoe mooi en leuk de foto ook was, ik miste iets.  De pretlichtjes in zijn ogen waren op serieus gezet. Dat gebeurt niet vaak. Die pretlichtjes typeren hem. Dat was als peuter al zo. Het bleef.

Zijn neiging om grappen te maken, flauwe maar ook originele en doordachte, groeide. Kwam er een grap, dan moest die er direct uit.  Niet altijd handig. Vooral niet op school. Hij kon niet steeds grappen door de ruimte slingeren. Elke nieuwe docent wilde hem leren ze te bewaren tot betere momenten. Dat lukte maar gedeeltelijk. Soms bleef het bij binnenpretjes. Maar soms had hij geen grip op zijn grap. Hij was sportief genoeg om te weten wanneer hij te ver was gegaan. Toch kon het gebeuren dat er bij het beluisteren van de boosheid van juf weer een grap uitfloepte. Hij zei dan sorry. Juf kon soms haar lachen niet houden. Ongemakkelijke situaties. Echte ergernis bracht het kennelijk niet want op zijn rapport werd hij een sprankelend kind genoemd. Hoe belangrijk humor voor hem is, laat een werkblad over vaders zien. Bij de vraag over wat hij speciaal vond aan zijn vader schreef hij: ‘Hij maakt veel grappen (waar ik vaak wel even over na moet denken).’

Onlangs waren de pretlichten echt weg. Hij was ineens erg ziek. Op de vraag van de ambulancebroeder: “Vind je het leuk als we de sirene aanzetten?” kwam een klein lachje. Bij “Doen we de zwaailichten ook?” knikte hij stilletjes. Na een supersnelle rit en een spoedoperatie lag hij in de verkoeverkamer. Nauwelijks wakker, maar zijn natuurlijke charme was er weer. Tegen de zuster aan zijn bed zei hij zacht maar duidelijk: “Sorry hoor, ik ben je naam even vergeten.”